Muziek en Nederlands - www.MuzNed.nl

Welkom op de website van Stefan Terpstra, docent Muziek en Nederlands op SG De Dijk in Medemblik.

Taalcontroleformulier

Nadat je de D-norm hebt toegepast, kijk je je tekst na met dit taalcontroleformulier.

Bedenk je steeds weer waarom het belangrijk is dat je goed kunt spellen. Spelfouten leiden af van de inhoud van de tekst. De inhoud komt beter over als er geen spelfouten in je werk zitten. Ook komt de schrijver van een (jij dus!) beter over. Je wil dat je schrijfwerk serieus genomen wordt!

Je kunt met dit taalcontroleformulier de spelling en schrijfstijl van je werk zelf verbeteren. 

De taalcontrole

1) Lees je werk hardop voor: heb je schrijftaal of spreektaal geschreven?

2) Verbeter wilde hoofdletters.

3) Controleer in deze volgorde

a) de hoofdletters, punten en andere leestekens – de interpunctie;

b) de spelling van werkwoorden;

c) de spelling van gewone woorden.

4) Zorg dat je ‘schooltaalwoorden’ goed geschreven hebt.

UITLEG

1) Spreektaal / schrijftaal

Ik vraag ‘t wel effe aan me moeder.

Als je deze zin uitspreekt, is er niks aan de hand, maar wanneer deze zin op papier staat, klopt hij niet meer. Er moet dan het volgende staan: ik vraag het wel even aan mijn moeder.

Daarnaast controleer je als je de tekst voorleest of je ‘hele zinnen’ geschreven hebt. Loopt de tekst goed? Je moet in je schrijfwerk hele zinnen schrijven omdat je dan beter uitleg geeft over wat je wil vertellen. Een lezer kan echt niet raden wat je met een halve zin bedoelt.

2) Soms zet je zonder het in de gaten te hebben in het midden van een woord een hoofdletter. Dit noem je WilDe hOofdLeTters. Deze verbeter je en vervang je uiteraard door kleine letters.

3) Wen jezelf aan in deze volgorde je werk na te kijken en te verbeteren.

  1. a) hoofdletters, punten en andere leestekens – interpunctie. Goed gebruik van hoofdletters en punten maakt je tekst leesbaar. De tekst ziet er veel netter uit en de lezer zal je tekst leuker en fijner vinden om te lezen.
  2. b) spelling van werkwoorden. Goede werkwoordspelling (o.a. de d’tjes en de t’tjes) is belangrijk. Mensen vinden een typfout in een tekst veel minder storend dan een fout in werkwoordspelling .
  3. c) De spelling van gewone woorden kun je opzoeken in een woordenboek of op internet. Verder raden we je ten zeerste aan de spellingcontrole te gebruiken.

4) Schooltaal. Je leert bij je schoolvakken nieuwe woorden. Zorg dat je ze goed kunt schrijven en dat je begrijpt wat de woorden betekenen.

Thema door Anders Norén