Volgens het Groene Boekje kent de Nederlandse spelling drie uitgangspunten:

  • Uitgangspunt van de standaarduitspraak: we spellen een woord met de klanken die we horen in de standaarduitspraak van dat woord.
  • Uitgangspunt van de gelijkvormigheid: we spellen een woord of woorddeel zo veel mogelijk op dezelfde wijze.
  • Uitgangspunt van de etymologie: de spelling van een woord wordt soms bepaald door de herkomst.

Waarom zou je foutloos leren schrijven? Zie hier.

Verdere uitleg

Fonologisch principe (de standaarduitspraak)
Het hoofdprincipe van de Nederlandse spelling. Je schrijft het woord zoals het klinkt. (Elk foneem wordt door een apart grafeem weergegeven)

Syllabisch principe (hoe klinkt een lettergreep of klankdeel)
Lettergrepen of klankdelen (syllabes) van een woord zijn bepalend voor de spelling ervan. Eindigt een woorddeel op een lange klank, dan schrijf je die met één klinker, zoals in poot – poten . Eindigt een woorddeel op een korte klank, dan volgen er twee medeklinkers, zoals in pot – potten.

Morfologisch principe (gelijkvormigheid)
Daarnaast kennen we de regel van de gelijkvormigheid (je schrijft een woord/een voor- achtervoegsel steeds op dezelfde manier: hond vanwege honden) en de regel van overeenkomst (als woorden op dezelfde manier worden gevormd, worden ze ook op dezelfde manier geschreven (bijvoorbeeld: grootte vanwege lengte).

Etymologisch principe (waar komt het woord vandaan)
De geschiedenis van een woord is bepalend voor de schrijfwijze.
We maken in onze schrijftaal verschil tussen -ij en -ei omdat er vroeger uitspraakverschillen bestonden. Ook zijn er betekenisverschillen wanneer je je een woord met een -ei spelt, of met een -ij, bijvoorbeeld wij en wei, mij en mij.
Daarnaast worden veel woorden die uit een andere taal afkomstig zijn (leenwoorden), op dezelfde manier gespeld als in de taal van herkomst.

Please follow and like us: