Muziek en Nederlands - www.MuzNed.nl

Welkom op de website van Stefan Terpstra, docent Muziek en Nederlands op SG De Dijk in Medemblik.

Geen categorie, Nederlands, Taalweetje, Werkwoorden, Werkwoordspelling, Zinsontleding

Reizen – Rijzen

De werkwoorden reizen en rijzen klinken hetzelfde, maar betekenen iets anders.

Reizen

Rijzen

Reizen is een zwak (regelmatig) werkwoord:
Ik reis, wij reizen, we hebben gereisd.
Vervoeging: in de verleden tijd krijgt reizen na de ‘aangepaste stam’ –d of  -de.

Rijzen is een sterk (onregelmatig) werkwoord:
Het brood rijst, de broden rijzen, de broden hebben gerezen, de broden zijn gerezen.
Hebben gerezen
en zijn gerezen betekenen iets anders, zie hieronder.
Vervoeging: in de verleden tijd schrijf je bij rijzen op ‘wat je hoort.’

Voor de taalnerds:
Bij de broden zijn gerezen is gerezen geen werkwoord, maar een bijvoeglijk naamwoord.

Er is een betekenisverschil tussen zinnen met hebben gerezen en zijn gerezen.
Als je hebben als hulpwerkwoord gebruikt, is er sprake van een werkwoordelijk gezegde, hebben gerezen.
Gerezen zegt in een zin met hebben als hulpwerkwoord iets over wat het brood ‘gedaan heeft’.

Als je zijn als hulpwerkwoord gebruikt, is er sprake van een naamwoordelijk gezegdeDe broden=onderwerp, zijn gerezen= naamwoordelijk gezegde, zijn=werkwoordelijk deel, gerezen=naamwoordelijk deel.
Gerezen zegt in een zin met zijn als hulpwerkwoord iets over ‘hoe het met de broden gaat’, of ‘hoe de broden eraan toe zijn’.

 

Please follow and like us:

Reageren is niet mogelijk

Thema door Anders Norén