0.       Geen stem. Het is helemaal stil.
1.       Fluisterstem. Alleen je buurman of buurvrouw kan je horen.
2.      * Overlegstem. De leerling die naast je zit, kan je horen.
3.       Spreekstem. Je gewone stem als je praat.
4.       Presenteerstem. Iedereen kan je horen (ook wel: je toneelstem)
5.       Buitenstem. Het woord zegt het al: deze stem gebruik je alleen buiten.
Please follow and like us: